Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 17-06-2022

Ambt

betekenis & definitie

is een maatschappelijke betrekking, waartoe men door een bevoegde macht benoemd wordt. Laatstgenoemde kan zijn de Staat, een provinciaal of gemeentebestuur, een waterschaps- of kerkelijk bestuur enz.

In het Nieuwe Testament treffen wij verschillende ambten aan, welker draagwijdte niet steeds volkomen duidelijk is: diakenen, presbyteroi of oudsten en episkopoi of bisschoppen. Vooral de laatste twee ambten lopen in de oude Kerk nog geruime tijd dooreen. Daarnaast komen ook andere ambten voor, bijv. zangers en voorlezers. Allengs ontstaat een duidelijk op de drie ambten opgebouwde hiërarchie van diaconaat, presbyteriaat en episcopaat. Daarnaast en soms daarmee verbonden komt de gedachte voor van het ambt, dat aan alle gelovigen mèt hun geloof geschonken is, het zgn. algemeen priesterschap der gelovigen. Het algemeen priesterschap wordt den mens geschonken door de H. Doop; het bijzondere ambt door de ordening (ordinatie, wijding). Ook van het Ambt van Christus wordt gesproken, en wel van zijn drievoudig Ambt (munus triplex): profetisch, hogepriesterlijk en koninklijk.

Onder ambt verstaat men bij de Protestanten een handeling, die niet door persoonlijke willekeur, uit persoonlijke bekwaamheid en met eigen kracht wordt verricht, doch krachtens opdracht, hetzij God zelf, hetzij de plaatselijke gemeente, hetzij de kerk in haar geheel als opdrachtgever wordt beschouwd.