Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 17-06-2022

Ager

betekenis & definitie

heette in de Romeinse staat alle land, dat tot het gebied van een staat behoort. Het belangrijkst is de ager Romanus: al het gebied dat in juridische zin gerekend wordt te behoren tot de gemeenschap der Romeinen; binnen het gebied alleen zijn derhalve bepaalde staatsrechtelijke en religieuze handelingen van kracht (bijv. het houden van de volksvergaderingen, van de auspicia, de benoeming van een dictator).

Deze ager Romanus is in oorsprong het gebied om Rome; het begrip wordt echter verruimd met de gebiedsuitbreiding van de Romeinse staat, maar — behoudens een fictieve voorstelling van kleine stukken in de provincies als ager Romanus, om er bovengenoemde handelingen te kunnen verrichten — tot Italië beperkt. Buiten de ager Romanus kent men ager peregrinus (gebied dat aan vreemdelingen behoort en waarop hun bezitrecht wordt erkend) en ager hosticus (die als vijandelijk gebied wordt beschouwd en waarop geen bezitrecht gekit).Privaatrechtelijk onderscheidt men ager publicus en ager privatus; onder de eerste verstaat men alle grond die aan de gemeenschap behoort! De ager publicus werd, bij verovering, vergroot; immers, veroverd gebied behoort rechtens aan de staat. Een deel hiervan placht tot het stichten van kolonies te worden gebruikt, waarbij het verdeelde land eigendom der kolonisten werd; maar een groot deel (vooral braakliggend land) werd aan de gegoeden ter ontginning overgelaten: in dit geval bleef de staat eigenaar, de occupanten verwierven slechts het bezit van zulk land. Deze zgn. occupatie van ager publicus is één van de hoofdbronnen van het grootgrondbezit in Italië geworden. Verschillende akkerwetten beperkten het bezit aan ager publicus en namen een deel van het geoccupeerde land terug om het onder verarmde boeren te verdelen: zo bijv. de wetten van Licinius en Sextius (367 v. Chr.) en vooral die van Tiberius Gracchus (133 v. Chr.), die bepaalden, dat niemand meer dan 500 resp. 1000 morgens ager publicus mocht bezitten. In 111 v. Chr. werd, als reactie op het optreden der Gracchen, alle bezit van ager publicus als eigendom erkend. De ager publicus kon door de staat ook worden verpacht.

Lit.: Max Weber, Die römische Agrargeschichte in ihrer Bedeutung für das Staats- und Privatrecht (1891).