Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 17-06-2022

Accoord

betekenis & definitie

(1 muziek). Ital. accordo, afgeleid van Lat. chorda, snaar, is een samenklank van drie of meer tonen, die niet in prime- of octaafverhouding staan (z harmonieleer).

(2 handel), ook akkoord, betekent een overeenkomst, waarin de voorwaarden zijn omschreven, waaronder twee of meer personen omtrent het een of ander tot overeenstemming zijn gekomen. Men maakt een accoord met een arbeider, dat hij deze of gene taak zal verrichten tegen een bepaalde som gelds.

In meer beperkte zin spreekt men van een accoord bij een overeenkomst tussen een schuldenaar ter ene zijde en de gezamenlijke schuldeisers ter andere zijde, waarbij de schuldenaar zich verbindt aan zijn schuldeisers een bepaald percentage van hun schuldvorderingen te betalen en waartegenover de schuldeisers in den regel geheel of gedeeltelijk afstand doen van het restant hunner schuldvorderingen, in ieder geval afzien van de ogenblikkelijke gerechtelijke uitwinning van het vermogen van den schuldenaar; of waarbij hij, terwijl hij in betalingsmoeilijkheden zich bevindt, een andere regeling met hen treft ter opheffing of overbrugging daarvan. Zulk een accoord kan tot stand komen met instemming van alle betrokkenen buiten faillissement en wordt dan een onderhands accoord genoemd. Het kan ook tot stand komen bij besluit van een volstrekte of versterkte meerderheid, wanneer de wet daaraan al dan niet onder zekere nadere voorwaarden ook bindende kracht toekent ten opzichte van de minderheid. Men spreekt dan van een dwangaccoord. Zulk een dwangaccoord kan tot stand komen in een faillissement ; het bindt dan alle geen voorrang hebbende schuldeisers, nadat het door den rechter is gehomologeerd, dit is bekrachtigd, en leidt, wanneer het vonnis tot homologatie in kracht van gewijsde is gegaan, tot het einde van het faillissement. Ook bij of na een verzoek tot surseance van betaling kan een schuldenaar een accoord aanbieden, dat tot een dwangaccoord leidt, hetwelk na homologatie alle schuldeisers, te wier aanzien de surseance werkt, bindt. Ook de wet van 31 Mei 1934, S. 279, maakt een dwangaccoord mogelijk voor houders van ten laste van een zelfden schuldenaar in omloop zijnde schuldbrieven aan toonder.

PROF. MR R. P. CLEVERINGA