Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 17-06-2022

Aangifte

betekenis & definitie

Het NEDERLANDSE Wetboek van Strafvordering bevat (artt. 160-163) voorschriften voor de wijze, waarop ieder die kennis draagt van een begaan strafbaar feit daarvan aangifte kan doen. Men kan zich daartoe mondeling of schriftelijk richten tot den bevoegden ambtenaar.

Tot aangifte is men verplicht wanneer men kennis draagt van reeds voltooide of voortdurende delicten genoemd in art. 160. Hieronder vallen in het Wetboek van Strafrecht opgesomde ernstige misdrijven tegen de Staat en tegen de Koninklijke waardigheid, gemeengevaarlijke misdrijven, voor zover daardoor levensgevaar is veroorzaakt, voorts verkrachting, mensenroof en de misdrijven tegen het leven gericht. Slechts gedeeltelijk bestaat op deze rechtsplicht een strafrechtelijke sanctie. De Wet bedreigt in de artt. 135 en 136 Sr. nadrukkelijk met straf hem, die kennisdragende van samenspanning tot of van een voornemen tot het plegen van in die artikelen nader omschreven misdrijven, op een tijdstip, waarop het plegen daarvan nog kan worden voorkomen, opzettelijk nalaat daarvan aangifte te doen aan de ambtenaren der justitie of politie of aan hem tegen wien het misdrijf gericht is.Ambtenaren, die in de uitoefening hunner bediening kennis bekomen van een strafbaar feit met welks opsporing zij niet zijn belast, zijn steeds verplicht daarvan aangifte te doen.

Doet men aangifte, dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat dit niet het geval was, dan is men strafbaar (art. 188 Sr.) en levert men tegen een bepaalde persoon bij de overheid een valse aangifte in, hetzij schriftelijk, hetzij door deze in schrift te doen brengen, waardoor de eer of goede naam van die persoon wordt aangerand, en maakt men zich schuldig aan lasterlijke aanklacht, strafbaar volgens art. 268 Sr.

De opsporingsambtenaren zijn verplicht aangiften van strafbare feiten te ontvangen. De aangever kan de vervolging verder niet tegenhouden. Alleen het Openbaar Ministerie beoordeelt of het aan de aangifte gevolg zal geven. Wel kan echter de belanghebbende beklag doen bij het bevoegde gerechtshof, indien een strafbaar feit niet wordt vervolgd of de vervolging niet voortgezet.

Ingevolge art. 30 van het BELGISCH Wetboek van Strafvordering is een ieder, die getuige geweest is van een aanslag, hetzij tegen de openbare veiligheid, hetzij tegen iemands leven of eigendom, gehouden daarvan kennis te geven aan den Procureur des Konings. De art. 48 en 50 van hetzelfde wetboek houden in, dat de aangifte van misdaden en wanbedrijven ook mag gedaan worden bij de vrederechters, officieren van de rijkswacht, bij de burgemeesters, schepenen en politiecommissarissen van de plaats waar deze feiten gepleegd werden; evenwel op voorwaarde dat ze op heterdaad werden ontdekt, omdat dan onmiddellijk een onderzoek ter plaatse moet worden ingesteld om met groter kans den dader en de drijfveer van zijn misdrijf te ontdekken. Deze openbare officieren moeten volgens art. 29 van het wetboek, zoals trouwens elk openbaar officier of ambtenaar, die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of wanbedrijf, ook den Procureur des Konings van het rechtsgebied bericht toesturen en hem alle stukken met betrekking tot de zaak meedelen.

De aangifte moet schriftelijk opgesteld worden door den aangever in persoon of door zijn bijzonderen gemachtigde, zo niet door den Procureur des Konings als hij daartoe aangezocht wordt. Het ondertekenen is vereist.

Indien deze bij de overheid ingediende aangifte een lasterlijke aangifte is, kan de aangever strafrechtelijk vervolgd worden (art. 445 van het Strafwetboek). Anderzijds verleent art. 192 van het Strafwetboek vrijstelling van straf aan de mededaders en medeplichtigen van degenen die zich schuldig maken aan muntvervalsing, en vervalsing van openbare effecten, aandelen, schuldbrieven, rentecoupons, postzegels en bankbiljetten bij de wet toegelaten, op voorwaarde dat zij, vóór de uitgifte ervan en vóór alle rechtsvervolging, de overheid daarvan kennis geven en de daders bekend maken.