Winkler Prins

Anthony Winkler Prins (1870)

Gepubliceerd op 20-08-2018

Vlak

betekenis & definitie

Vlak (Een) is de grens van een ligchaam en heeft alzoo twee afmetingen (lengte en breedte). Men heeft platte en gebogene vlakken, en op deze laatste kan men al of niet regte lijnen trekken. Tot de eersten behooren de cylinder, de kegel en de hyperbolische paraboloïde, en tot de laatsten de bol, de ellipsoïde enz. Ook verdeelt men ze in zoodanige, die tot een plat vlak afgewikkeld kunnen worden, zooals de cylinder, en in zulke, bij wie zulk eene afwikkeling onmogelijk is.

Den naam van vlakte geeft men aan een gewest met waterpassen bodem, dus zonder bergen en dalen. — Tot vlaktemaat bezigt men gewoonlijk het vierkant, namelijk de vierkante Nederlandsche el, de vierkante Nederlandsche roede, de vierkante Nederlandsche mijl, de vierkante geographische mijl enz. Zie voorts onder Maten en gewigten.