Verstand betekenis & definitie

Verstand (intellectus) noemt men een zekeren trap van doorzigt en ook van technische bekwaamheid. In het eerste geval wordt aan dengene verstand toegekend, die in staat is den inhoud van ’t geen hem wordt voorgehouden te begrijpen en met juistheid op te vatten zonder dien door subjectieve meeningen te vervalschen. In het laatste geval heet men den zoodanige verstandig, die door het koesteren van juiste denkbeelden tot doelmatige daden wordt aangespoord. Verstand in de eerste beteekenis zou men kunnen vergelijken met eene achromatische lens, die het waargenomen voorwerp duidelijk aan het oog vertoont, zoodat men het verstand ook wel met den naam van inwendig waarnemingsvermogen bestempelt.

Het verduidelijkt den inhoud der gedachten en leidt daaruit gevolgtrekkingen af, zonder (zooals de rede) over de waarheid of onwaarheid, de deugd of ondeugd, de schoonheid of afzigtelijkheid daarvan te beslissen. Worden daarbij eenvoudig de gedachten opgehelderd en trekt men daaruit de besluiten, die voor de hand liggen, dan geeft men aan die werkzaamheid den naam van gezond verstand; maar streeft men naar eene logisch naauwkeurige verklaring (definitie) en worden daaruit logische gevolgtrekkingen afgeleid, dan komt men daardoor tot de kunst van logisch te denken. Dit laatste is verstand in den meest volmaakten vorm. Het tegenovergestelde van verstand, is onverstand, wanneer de inhoud der gedachten niet begrepen, of misverstand, wanneer met of zonder opzet die inhoud verkeerd verstaan wordt. Tegenover de verstandigen staan de dwazen, die zich in hun denken en handelen niet door het verstand, maar door luim en toeval laten leiden. Dat vele dieren, behalve instinct, ook verstand hebben, is boven allen twijfel verheven.