Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 14-08-2018

Schepping

betekenis & definitie

Schepping (De leer der) uit niets door den wil van het Opperwezen is een leerbegrip der Israëlieten en Christenen, berustend op de Oud-Hebreeuwsche sage, onder den naam van scheppingsverhaal bekend. Daarmede kwamen reeds in de tweede eeuw onzer jaartelling de voorstanders van het Christendom in verzet tegen de scheppingsverhalen der Heidenen, inzonderheid tegen de Grieksche meening van de eeuwigheid der stof.

Immers bij de aanneming van deze laatste zou God niet de wereldschepper, maar de wereldformeerder zijn; de Apostolische Geloofsbelijdenis noemt Hem dan ook den almagtigen schepper van hemel en aarde. Om het Grieksch-wijsgeerig en het Christelijk stelsel met elkander te verzoenen, onderscheidde men later eene eerste schepping, die van den chaos, en eene tweede, in zes dagen of tijdperken tot stand gebragt. Gewoonlijk echter wordt thans het bijbelsche scheppingsverhaal als een dichterlijke mythus beschouwd, daar ook de Supranaturalisten haar niet in overeenstemming kunnen brengen met de onwederlegbare uitkomsten der natuurkundige wetenschap.