Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 14-08-2018

Pontifex

betekenis & definitie

Pontifex was in het oude Rome de naam van een lid van het hoogste priestercollegie, waarbij het oppertoezigt op en de zorg voor alle zaken van godsdienst berustte. De instelling van het pontificaat had vermoedelijk plaats ten tijde van Numa toen werden 4 pontifices benoemd, aan wie men den pontifex maximus toevoegde. Volgens de lex ogulnia (300 vóór Chr.) werden ook uit de plebejers 4 pontifices benoemd. Sulla breidde hun aantal uit tot 15, en de Keizers benoemden in hunne waardigheid als pontifices maximi zooveel leden van gemeld collegie als zij goed dachten.

De benoeming gold voor levenslang. Het kiezen van pontifices geschiedde aanvankelijk door het collegie zelf, doch in 104 vóór Chr. werd het kiesregt toegekend aan de comitia tributa, totdat de Keizers er zich meester van maakten. In den beginne moest men, om voor die waardigheid in aanmerking te komen, patriciër van geboorte, van gevorderden leeftijd, gezond en smetteloos van ligchaam en met geene andere bediening bekleed wezen; doch later lette men minder scherp op deze voorwaarden. De ambtsbezigheden der pontifices waren gelegen in het opzigt over alle godsdienstige plegtigheden en over de bedienaars daarvan, alsmede over de tijdrekening, terwijl zij oordeelden over alle geschillen van godsdienstigen aard. Ook waren tempelwijdingen, bepaalde offeranden enz. aan hen opgedragen.

De voorzitter van het collegie was pontifex maximus, welke waardigheid later met de keizerlijke vereenigd werd. De pontifex maximus mogt zich niet ontreinigen door de aanraking van een lijk. Hij droeg als ambtsgewaad een wit kleed met een purperen zoom en moest de door het collegie genomene besluiten ten uitvoer brengen en de „Annales maximi” in gereedheid brengen, waartoe de pontifices bijdragen leverden. In het Christelijke tijdperk is de titel van pontifex maximus toegekend aan den Paus.