Para betekenis & definitie

Para, eene provincie van Brazilië,omvatte oorspronkelijk geheel het noordelijk gedeelte van dit rijk aan beide zijden van de Amazonenrivier, met eene oppervlakte van 50-60000 geogr. mijl en in 2 comarca’s verdeeld, namelijk Para en Rio Negro. Sedert 1851 is laatstgenoemde, alstoen het noordwestelijk gedeelte der provincie vormend, er van gescheiden en onder den naam Amazonas tot zelfstandigheid gekomen, zoodat de tegenwoordige provincie Para op bijna 21000 geogr. mijl nagenoeg 260000 inwoners telt.

Zij is omringd door den Atlantischen Oceaan, Guyana, Amazonas, Matogrosso, Goyaz en Maranhao en bestaat uit eene groote vlakte, waarboven zich alleen in het zuiden en oosten eenige lage heuvelketens verheffen, terwijl aan de noordelijke grenzen, naar de zijde van Guyana, de Serra’s de Acaray en Tumucucuraque wat hooger zijn. De voornaamste rivier is er de Amazonenrivier, die van het westen oostwaarts kronkelt en er onderscheidene belangrijke rivieren, bijv. op den regter oever de Tapajoz en Xingu en op den linker oever de Trombatas en Gurupatuba opneemt. De Rio Para spoedt zich naar den mond van de Amazonenrivier en vormt hier een groot aantal eilanden. Voorts heeft men er de Oyapok, de grens vormend naar de zijde van Fransch Guyana, de Arawary, de Gurupy en de Turiassu.

Langs de Amazonenrivier vindt men vele meren en moerassen en een volkomen keerkringsklimaat. Het verschil van warmte en van dampkringsgesteldheid is er gedurende het geheele jaar zeer gering, en dag en nacht verschillen er steeds weinig in lengte. Vochtige uitwasemingen maken het oostelijk gedeelte dezer provincie ongezond. De grond is er verbazend vruchtbaar, maar ligt nog bijna overal woest. Ook overstroomen de meeste rivieren de oeverlanden en belemmeren daardoor de ontginning. De plantengroei onderscheidt er zich door ongemeene weelderigheid; er zijn groote oorspronkelijke wouden met kostbare houtsoorten, vele specerijen en talrijke geneeskrachtige gewassen. Van veel belang is er de kaoetsjoekboom (Siphonia elastica). Men verbouwt er rijst, maniok, gierst, peulvruchten, suikerriet, koffij, katoen, indigo, zuidelijke vruchten (behalve vijgen en druiven), jalape, ipecacuanha, gember, sassaparille, vanille enz.

Ook de fauna bezit er eene groote verscheidenheid; men heeft er groote kudden van muskuszwijnen, jaguars, tapirs, reeën, gordeldieren, miereneters, luijaards, vele soorten van apen, manati’s, dolfijnen, eene groote menigte vogels en visschen, schildpadden, slangen, bloedzuigende insecten enz.

De veeteelt staat er op evenzoo lagen trap van ontwikkeling als de landbouw; men vindt haar alleen op groote schaal in de grazige savannen in de nabijheid van de kust. Op het strand is ook de visscherij en het vangen van schildpadden van veel belang. Men heeft voorts nog niet onderzocht, of er ook nuttige delfstoffen in den bodem verborgen zijn.

De bevolking van Para is verdeeld in inboorlingen (Indianen), Negers, Blanken en Kleurlingen. In geene enkele provincie van Brazilië heeft men zooveel Indianen, die als knechten, visschers, sjouwerlieden, matrozen en roeijers werkzaam zijn. De Negers, voor den veldarbeid bestemd, verkeeren er in den toestand van slavernij en telden in 1875 nog bijna 272000 zielen. De Blanken zijn er meerendeels nakomelingen van Portugezen. Het grootste getal der bewoners van het boschrijke binnenland volgt de levenswijs der Indianen en is op kleine hoeven in de woudstreken verstrooid.

De nijverheid is er, behalve in de hoofdstad, van zeer geringe beteekenis. Men spint en weeft er een weinig katoen, — men vervaardigt er touw, leder, tigchelsteenen, aardewerk enz. Intusschen begint de handel er levendiger te worden bij de geregelde stoomvaart op de Amazonenrivier. In 1875 werden er ruim 135000 centenaars kaoetsjoek uitgevoerd.

Het burgerlijk en militair bewind is er in handen van een gouverneur-generaal (prezidente), den onmiddellijken lasthebber van de regéring te Rio Janeiro. In 1875 waren er 247 scholen met 10163 leerlingen (4215 meer dan in 1872). Men heeft er een spoorweg ontworpen van Para naar Braganza en Vigia-Ourem. — De provincie is verdeeld in 2 districten (comarca’s), en tot haar behooren de eilanden Caviana, Machiana en Joanes (Marajo).

De evenzoo genoemde hoofdstad Santa Maria de Belem do gran Para (of eenvoudig Belem) ligt aan de Rio Para en aan den mond van de Guama, 110 Ned. mijl van den Atlantischen Oceaan. Zij is de zetel van den president, van het provinciaal bestuur en van een bisschop, en telt 26000 inwoners. Tot de voornaamste gebouwen behooren er: het gouvernementspaleis, de hoofdkerk en andere kerken, het voormalig collegie der Jezuïeten (thans het bisschoppelijk paleis) en het tuighuis. Voorts heeft men er een verkoophuis, een ziekenhuis, een militair hospitaal, vele kloosters, een botanischen tuin, een muséum van oudheden en van voorwerpen uit de natuur, een godgeleerd seminarium, een gymnasium, eene groote haven en veel nijverheid en handel. Er verschenen in 1875 elf dagbladen en tijdschriften. Zij is met Pernambuco, Bahia enz. door een onderzeeschen telegraafdraad verbonden.

Parábel Parábel, een Grieksch woord, hetwelk gelijkenis beteekent, is in de poëzij de naam van zulke leerzame vergelijkingen, welke aan des menschen leven werden ontleend. Zij onderscheidt zich dus evenzeer van de meer verhevene vergelijkingen, waardoor men eene theoretische waarheid aanschouwelijk zoekt voor te stellen, als van de fabel, die zich hoofdzakelijk op het gebied van dieren en planten beweegt. In de parábel wordt het menschelijke met het menschelijke vergeleken. De schoonste parábels of gelijkenissen vindt men in het Nieuwe Testament.