Pacificatie betekenis & definitie

Pacificatie van Gent (De) is de eerste vereeniging der Nederlandsche gewesten tot afschudding van het Spaansche juk. Bij den aanvang van onzen opstand tegen Spanje ontbrak het in ons Vaderland aan eenheid en zamenwerking. Dit gevoelde de prins van Oranje en door zijn invloed kwam in 1575 een verbond tot stand tusschen Holland en Zeeland, waarover hij stadhouder was. Dit verbond werd het volgende jaar, na den dood van Requesens, nog naauwer aangehaald.

Gemelde twee provinciën beloofden elkander hulp tegen elken vijand op gemeenschappelijke kosten, terwijl hare afgevaardigden over gemeenschappelijke belangen zouden beraadslagen. Dit verbond zou 6 maanden duren en telkens voor zoo langen tijd verlengd kunnen worden. De Prins werd belast met het opperbevel over de krijgsmagt en met het oppertoezigt op de regtspraak, voorts met het handhaven van de Hervormde godsdienst, behoudens de vrijheid van geloof en geweten. Daar er voorts muiterij ontstond onder de slecht betaalde Spaansche soldaten, achtte de prins het tijdstip gunstig, om eene naauwere aansluiting der Nederlandsche gewesten tot stand te brengen. Bij verschil van godsdienst waren allen afkeerig van de vreemde heerschappij. De Prins schreef dan ook brieven aan de Staten der verschillende provinciën en noodigde hen uit om afgevaardigden te zenden naar een congrès, dat te Gent zou gehouden worden. Dat Congrès was er weldra vergaderd, en men werd tot handelen aangespoord door de geweldenarij der Spaansche soldaten te Antwerpen , bekend onder den naam van Spaansche Furie. Den 8sten November 1576 kwam het verdrag tot stand in 25 artikels.

De prins van Oranje met de provinciën Holland en Zeeland ter eene zijde, en de provinciën, die teekenden of teekenen zouden, ter andere zijde, verklaarden het verledene geheel te vergeten en te vergeven, beloofden elkaar voor ’t vervolg onderlinge vriendschap en verbonden zich jegens elkander om de Spaansche troepen te verdrijven. Daarna zou eene vergadering der Algemeene Staten belegd worden, om de godsdienstkwestie te behandelen. Er zou tusschen de provinciën een onbelemmerd handelsverkeer plaats hebben. Terwijl Holland en Zeeland zich zouden onthouden, om buiten hun grondgebied iets tegen de R. Katholieke Kerk te ondernemen, zouden de plakkaten en ordonnantiën tegen de ketterij overal geschorst blijven tot op eene latere beslissing der Staten-Generaal. De Prins behield zijne waardigheid in Holland en Zeeland, — alle verbeurd verklaarde goederen zouden zooveel mogelijk worden teruggegeven, — ook voor de uitwisseling van gevangenen zou gezorgd worden, en men zou alle provinciën en steden tot de toetreding tot dit verdrag toelaten. Al dadelijk werd het onderteekend door Marnix van St. Aldegonde met 8 andere commissarissen, aangesteld door den prins van Oranje, en de Staten van Holland en Zeeland, alsmede door Zalt-Bommel, en ter andere zijde door Leoninus en andere afgevaardigden, aangesteld door Brabant, Vlaanderen, Artois, Henegouwen, Valenciennes, Rijssel, Douai,Orchies, Namen, Doornik, Utrecht en Mechelen. Dit verdrag, de Pacificatie of Bevrediging van Gent genoemd, werd kort daarna ook aangenomen door andere gewesten, bijv. door Friesland, Groningen en Drenthe. Zie voorts onder Nederland.

Laatst bijgewerkt 10-08-2018