Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 10-08-2018

Natuur

betekenis & definitie

Natuur (De), afkomstig van het Latijnsche woord nasci (ontstaan of geboren worden), noemt men al wat ontstaan is en nog steeds ontstaat, alzoo het heelal met al de veranderingen, welke het in den tijd ondergaat.

Die veranderingen zijn bewegingen in de ruimte of van zoodanige bewegingen afhankelijk. Men kan ze door de kennis van de wetten der natuur verklaren en in eene wiskundige formule uitdrukken. De natuur is alzoo de aan wetten gebondene orde, — het tegenovergestelde van willekeur. Al het kunstmatige, door de willekeur van den mensch te voorschijn geroepen, is in strijd met de natuur. Tot de natuur behooren alle voorwerpen, alle schepselen, en ook de menschen, voor zoover de veranderingen, welke zij ondergaan, afhankelijk zijn van de wetten der natuur. De mensch heeft, behalve de natuurlijke, echter ook eene ideale voorstelling der dingen, waardoor hij zich verheft tot het begrip van het schoone en goede: Hij is daarom geen burger in twee werelden, zooals men wel eens beweerd heeft, maar hij heeft van dezelfde wereld twee verschillende voorstellingen, eene natuurlijke en eene ideale. Men spreekt van de vrije natuur in tegenoverstelling van den kunstmatigen stedenbouw of van een maatschappelijk verkeer, dat door regten, wetten en conventionéle vormen van alle kanten beperkt is.