Muséum betekenis & definitie

Muséum is eigenlijk een tempel der Muzen en in het algemeen eene plaats, gewijd aan de Muzen, dat is, aan geleerdheid, kunst en wetenschap. Het merkwaardigst muséum der Oudheid was dat te Alexandria, naar men wil door Ptolemaeus Philadelphus gesticht (284-246 vóór Chr.).

Het bevond zich in een gedeelte van het Koninklijk paleis, hetwelk tevens bestemd was tot bibliotheek. Dáár vond zich namelijk een kring van uitstekende geleerden vereenigd, die op kosten van den Staat onderhouden werden, om zich ongestoord aan hunne wetenschappelijke werkzaamheden te kunnen wijden. Zij hielden zich vooral bezig met letterkunde, zoowel met de beoordeelende, als met de uitlegkundige. Voorts beoefende men er de dichtkunst, de geneeskunde en de wiskunde. Die inrigting bloeide vooral onder de regéring der Ptolemaeussen, doch bleef ook bestaan onder de Romeinsche heerschappij. Keizer Claudius voegde er een Muséum Claudianum bij.

Andere vermaarde muséa der Oudheid bevonden zich te Pergamum, Antiochia en Constantinopel, doch sedert het einde der middeneeuwen gaf men den naam van muséum aan eene bewaarplaats van merkwaardige voorwerpen van het gebied der natuur of der kunst. Men heeft alzoo muséa voor natuurlijke historie, muséa van schilderijen, van munten en penningen (doorgaans echter kabinet genoemd) enz. Zulk een muséum verrees door den invloed der familie Este te Florence. Voorts verzamelde men borstbeelden, om daarmede boekerijen en zalen te versieren, — men plaatste ander beeldhouwwerk in de aangrenzende vertrekken en gaf aan het geheel den naam van muséum. Het meest beroemd muséum van dien aard was de Villa Borghese op den Monte Pincio te Rome.

Voorts plaatste men in muséa de merkwaardigste kunstgewrochten der oudheid, zooals schilderijen, zuilen, reliéfs enz. en vereenigde die ook wel met voorwerpen van lateren tijd. Cosimo I dei Medici deed te Florence meer dan één muséum verrijzen, en te Rome stichtte paus Leo X het wereldberoemde muséum in het Vaticaan. Te Brescia werd in 1825 een tempel opgedolven met vele oude standbeelden en andere merkwaardige voorwerpen, en men verzamelde die schatten in een muséum. Te Napels heeft men het vermaarde Muséo Borbonico, thans Muséo Nationale, en te Venetië bestaat reeds lang een muséum, dat zijne uitbreiding te danken heeft aan graaf Leopoldo Cicognara.

Te Turijn werd in 1824 een Egyptisch muséum gesticht. Te Milaan heeft men een vermaard muséum van munten, hetwelk bij den dag toeneemt in uitgebreidheid. Te Parijs heeft men in het Louvre onderscheidene muséa; ook het Musée Cluny is er zeer merkwaardig. Beroemd is voorts het Britsch Muséum te Londen, in 1753 in Montague-house gesticht, benevens het Kensington-muséum aldaar. Wijders heeft men belangrijke muséa te Weenen, te Berlijn, te Petersburg, te Kopenhagen, te Dresden, te München enz., terwijl in 1853 te Nürnberg een Germaansch muséum verrees.

In ons Vaderland heeft men, behalve muséa voor schilderijen (Trippenhuis, van der Hoop, Fodor, Mauritshuis, Boymans, Paviljoen, Teyler enz.), een uitmuntend académisch muséum voor natuurlijke historie, alsmede een voor oudheden te Leiden. Ook sommige tijdschriften heeft men met den naam van „Muséum” bestempeld.

Gepubliceerd op 09-08-2018