Winkler Prins

Anthony Winkler Prins (1870)

Gepubliceerd op 09-08-2018

Main

betekenis & definitie

Main (De) of Moenus, de belangrijkste zijrivier van de Rijn op den regter oever van deze en het verst oostwaarts tot in het hart van Duitschland zich uitstrekkende, heeft 2 bronnen, de Witte en de Roode Main. De eerste ontspringt op het Fichtelgebergte aan de oostelijke helling van den Ochsenkopf, 900 Ned. el boven de oppervlakte der zee, en stroomt langs Kulmbach, en de tweede ter hoogte van 500 Ned. el boven den zeespiegel in de Frankische Jura bij Lindenhart en stuwt hare wateren langs Baireuth. Beide vereenigen zich bfl het kasteel Steinhausen, een uur gaans beneden Kulmbach, tot de eigenlijke Main, die in hare westwaartsche kronkeling bij Giiszbach de Itz, beneden Bamberg de Regnitz en eenige andere riviertjes, in Beneden-Franken de Frankische Saaie, bij Wertheim de Tauber, bij Hanau de Kinzigen in het voormalig hertogdom Nassau bij Höchst de Nidda opneemt en, langs Schweinfurt, Würzburg, Aschaffenburg en Frankfurt vloeijend, bij Castel, tegenover Mainz, ter hoogte van 80 Ned. el met eene breedte van omstreeks 400 schreden zich uitstort in de Rijn. De afstand van den mond tot aan de bron is 34 geogr. mijl, welken zij met hare breede kronkelingen tot 66 geogr. mijl uitbreidt, terwijl haar stroomgebied eene oppervlakte heeft van 576 geogr. mijl.

Na hare vereeniging met de Regnitz wordt de Main bevaarbaar, en door het Ludwigskanaal heeft zij gemeenschap met de Donau. Hare sterke kronkelingen verminderen wel is waar het verval van water, maar vertragen ook het goederenvervoer. Daarenboven is hare breede, maar ondiepe bedding niet gunstig voor de scheepvaart, zoodat deze in drooge zomers wel eens moet gestaakt worden, — althans van boven af tot Offenbach en Frankfurt. De stoombootvaart, op deze rivier in 1842 door eene maatschappij geopend, is later op haren bovenloop gestaakt en bepaalde zich toen tot het gedeelte tusschen Würzburg en Mainz, terwijl zij in den jongsten tijd door het spoorwegverkeer overtollig is geworden. De oevers van de Main zijn in het algemeen eenvormig. Hare bedding, die, behalve in den bovenloop, een weg heeft gebaand door keuper, muschelkalk en bonten zandsteen, is wel is waar op sommige plaatsen gezoomd met steile rotswanden, doch over het geheel met vruchtbare landsdouwen. Vooral in de omstreken van Bamberg en Würzburg wint men eene groote hoeveelheid graan, groenten, ooft en wijn. — De Mainlinie, uit een staatkundig oogpunt reeds vroeger aangewezen als de grens tussen Noord- en Zuid-Duitschland, is door de politieke gebeurtenissen van 1866 als zoodanig erkend. Haar uiteinde is door de sterke vesting Mainz gedekt.