Magister betekenis & definitie

Magister, eigenlijk artium liberalium magister, een académische graad der philosophische faculteit, is een titel, welke van de aanvankelijke stichting der universiteiten dagteekent, toen de splitsing in verschillende faculteiten nog ver te zoeken was. De kring der académische werkzaamheden omvatte toen de zeven vrije kunsten, namelijk de grammatica, rhetorica, dialectica, arithmetica, geometria, astronomia en ars musica, en men gaf aan de leeraars den naam van artisten, aan het geheel dier leeraren den naam van artistische faculteit en aan dengene, die zich door vlijt en bekwaamheid onderscheiden en reeds den rang van baccalaureus verkregen had, dien van magister artium (meester in de vrije kunsten). Die graad ontstond al vroeg in de dom- en kloosterscholen, en reeds in de 12de en 13de eeuw was de waardigheid van magister in Frankrijk in zoo hoog aanzien, dat de aanzienlijkste mannen die poogden te verkrijgen. Later daalde dat aanzien bij het toenemend aantal universiteiten en bij de misbruiken, welke bij het verleenen van dien graad plaats grepen.

Niettemin bleef hij aan de académiën als de oudste en hoogste graad geëerbiedigd, en men vorderde hem van dengene, die académische voorlezingen wilde houden of eene académische waardigheid bekleeden. Aan sommige universiteiten — weleer ook in ons Vaderland — is de titel van magister met dien van doctor in de wijsbegeerte verbonden. Toen voorts tegen het einde der 18de eeuw de titel van doctor hooger werd geschat dan die van magister, daar deze bij promotiën te Wittenberg en te Erfurt te vaak verleend werd, begonnen de tevens tot doctoren gepromoveerde magisters zich uitsluitend van eerstgemelden titel te bedienen, zoodat laatstgenoemde aan vele académiën werd afgeschaft.

Op kerkelijk gebied gaf men den naam van magister disciplinae aan den geestelijke, die op de tucht en het onderwijs der toekomstige kloosterlingen moest toezien, — dien van magister scholarum aan den directeur eener aan eene hoofdkerk verbondene school, — en dien van magister sancti palatii ook nu nog aan een door den Paus aangewezen Dominicaan, die alle gedrukte werken moet onderzoeken, om te beslissen, of daarin ook iets voorkomt, dat gevaarlijk is voor het R. Katholieke geloof.