Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 08-08-2018

Kapittelen

betekenis & definitie

Kapittelen of ecclesiën noemde men weleer in ons Vaderland 5 geestelijke ligchamen, die te Utrecht waren gevestigd. Het waren die van den Dom of St. Maarten, van Oudmunster of St. Salvator, van St.

Pieter, St. Jan en St. Maria. Het voornaamste kapittel was dat van St. Maarten, omdat reeds in de 8ste eeuw door Willebrord, eerste aartsbisschop van Utrecht, eene kerk ter eere van dien Heilige werd gesticht. Later volgden de andere kerken, en bij ieder werd een collegie van kanunniken of kapittelheeren aangesteld, te weten bij den Dom 40, bij de Kerk van Oudmunster 22, b{j de St. Pieterskerk 30, bij de St. Janskerk 20 en bij de Mariakerk 30.

Zij hadden met den bisschop het opperbewind over het sticht van Utrecht. Die kapittelheeren vormden den raad van den bisschop en zonder hunne bewilliging mogt deze geene goederen vervreemden of bezwaren en ook geen oorlog voeren, terwijl de overeenkomsten en verdragen door hen bekrachtigd werden. Dit duurde tot in 1582, toen door den landraad, op verzoek der burgerij, aan de kapittelheeren alle wereldlijk gezag ontnomen werd. Van tijd tot tijd verloren zij hunne voormalige voorregten, — aanvankelijk reeds ten tijde der Hervorming en laatstelijk bij de Omwenteling van 1795. Na dezen tijd bleven de kapittelheeren stille bezitters van hun eigendom, hetwelk zij door opvolging of aankoop verkregen hadden, en hielden zich bezig met het beheer hunner goederen. Nadat de kapittels bijna elf eeuwen bestaan hadden, werden zij door Napoleon bij besluit van 27 Februarij 1811 opgeheven. — Zie voorts onder Hoofdstuk.