Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 08-08-2018

Jenever

betekenis & definitie

Jenever is brandewijn, bedeeld met de vlugtige oliën van jeneverbessen. Om dien te bereiden, kan men brandewijn destilléren over gekneusde jeneverbessen, of het uitgegiste en gistende mout-aftreksel met jeneverbessen vermengen en daarna destilléren. Doorgaans bereidt men jenever op de volgende wijze: van 112 pond gerstenmout, 228 pond roggemeel en 4600 pond water maakt men een beslag bij 72° C. Na de suikervorming wordt er zooveel water bijgevoegd, dat het vocht een soortelijk gewigt heeft van 1,047, waarna men het beslag laat afkoelen tot 27° C. en in eene gistkuip vloeijen. Daarna voegt men er 5 pond gist bij, zoodat het vocht begint te gisten en eene temperatuur erlangt van 32° C. Het gegiste vocht wordt nu gedestilleerd, daarna het destillaat met bijvoeging van jeneverbessen en eene kleine hoeveelheid hop nogmaals gedestilleerd, en de jenever is gereed.

Deze bereiding verschilt van die van brandewijn daarin, dat bij eerstgenoemde geene volkomene gisting plaats heeft, zoodat de vorming van foesel-olie gedeeltelijk wordt tegengegaan, terwijl er jeneverbessen worden bijgevoegd. Heeft men brandewijn, die van foeselolie bevrijd is, zoo kan men daarvan jenever bereiden door dien over jeneverbessen te destilléren. Zie voorts onder Alkohol en Spiritus.

Het gebruik van jenever is inzonderheid in ons Vaderland zeer groot, — en het misbruik nog veel grooter. Dit laatste verwoest het ligchaam, verstompt den geest, rigt tal van huisgezinnen te gronde, en is een vreeselijke kanker aan onze volkswelvaart. Alleen van een degelijk onderwijs, — van ontwikkeling des geestes en daarmede verbondene zelfbeheersching is genezing te verwachten van die kwaal. Afschaffings- en matigheidsgenootschappen hebben reeds vele jaren hun best gedaan, doch de opbrengst der hooge jeneverbelasting — meer dan 50°/o van de waarde — neemt gestadig toe.