Icilius betekenis & definitie

Icilius of Gens Icilia is de naam van een oud-Romeinsch Plebejisch geslacht, hetwelk zich door eene ijverige verdediging van de regten des volks verdienstelijk heeft gemaakt. Tot zijne merkwaardige leden behooren:

Spurius Icilius, die in 495 vóór Chr. met M. Decius en L. lunius Brutus door de Plebejers , die de wijk hadden genomen naar den Heiligen Berg, als afgevaardigde naar den Senaat gezonden werd. Een paar jaar later droeg hij eene wet voor, volgens welke de tribunus plebis (volkstribuun) ieder, die hem gedurende zijne toespraak tot het volk in de rede viel, voor het geregt kon dagen. Als aedilis (493) ontving hij met zijn ambtgenoot L. lunius Brutus van de tribunen den last, om zich van den persoon van Marcus Córiolanus meester te maken, — voorts om hem naar het capitool te brengen en van de Tarpejische rots te werpen. Dit werd echter met geweld door de Patriciërs belet.

Lucius Icilius Ruqa. Deze bekleedde in 456 vóór Chr. de betrekking van volkstribuun en gaf velen ergernis, doordien de tribunen in dat jaar voor de eerste maal gebruik maakten van hun regt, om den Senaat zamen te roepen.

Voorts zette hij door, dat bij de wet de Aventijnsche heuvel aan de Plebejers werd toegewezen, en trad in 449 op als de verloofde der door den tienman Appius bedreigde Virginia. Bij haar lijk spoorde hij het volk aan om zich tegen de tyrannen te verzetten, wist het leger afvallig te maken, hetwelk tegen de Sabijnen was opgetrokken, en onderhandelde daarna met Valerius en Horatius, afgezanten van den Senaat, over de voorwaarden der verzoening.

Laatst bijgewerkt 08-08-2018