Helios betekenis & definitie

Helios, bij de Romeinen Sol, was bij de Grieken de naam van den Zonnegod. Hij is van Oosterschen oorsprong en wordt voorgesteld als een zoon van den reus (titan) Hypérion en van Theia (of Euryphaessa), voorts als de menner van den met 4 paarden (Pyroeis, Eous, Aethon en Phlegon) bespannen zonnewagen. Hij heeft in het oosten, achter Colchis zijn verblijf. Na het voleindigen van zijne dagreis keert hij op een gevleugeld gouden vaartuig langs den noordelijken oever van den Oceaan naar Colchis terug.

In lateren tijd, doch niet vóór dien van Aeschylus, werd hij één met Apollo of Phoebus. Ook wordt hij wegens zijne afkomst vaak Titan en Hyperion genoemd. Hij had tempels te Corinthe, Argos Troezene, Elis enz., maar de hoofdzetel van zijne dienst was Rhodus, waar men hem jaarlijks een vierspan ten offer bragt, hetwelk in zee werd geworpen. Daarenboven offerde men hem gewoonlijk witte lammeren en zwijnen. Het paard, de wolf, de haan en de adelaar waren aan hem geheiligd. — Zijne zeven zonen, Ochimus, Cersaphus, Macar, Actis, Tenages, Triopas en Candalus, dragen den naam van Heliaden. Hunne vroeggestorven zuster Electryone werd op Rhodus als eene godin gehuldigd. — Den naam van Heliaden geeft men ook aan de drie (volgens anderen 2 of 7) dochters van Helios en Clymene, de zusters van Phaëton, bij den noodlottigen val van dezen in boomen herschapen. Opmerkelijk is het, dat men het barnsteen als de gestolde tranen dier boomen beschouwde.