Haardtgebergte betekenis & definitie

Haardtgebergte (Het), ook wel de Hardt of het Hardtgebergte genoemd, eene noordelijke voortzetting van de Wasgau of van de Vogésen, behoort tot de Beijersche Rijnpfalz en strekt zich uit van het Lauterdal aan de Fransche grenzen — eigenlijk van het dal der Queich — noordwaarts tot aan de laagte bij Kaiserslautern als eene lage bergstreek, die den vorm van eene hoogvlakte heeft, en bestaat uit bonten zandsteen. Het heeft geen zamenhangenden bergkam, maar talrijke, aan beide einden geopende, enge en dikwijls rotsige dalen, begroeid met bosschen en wijngaarden, versierd met bouwlanden, steden, dorpen, oude kasteelen en vervallen kloosters. Westwaarts verandert het Haardtgebergte in eene heuvelstreek, waar men naast den bonten zandsteen ook muschelkalk aantreft, — oostwaarts daarentegen verheffen zich zijne wanden vrij steil uit de vlakte van de Rijn, en zijne toppen verheffen zich ter hoogte van 500 tot 600 Nederlandsche el. De hoogste van deze is de Kalmit of Kalmuck (650 Ned. el hoog), één geogr. mijl ten zuidwesten van Neustadt aan den Haardt.

Ten noorden daalt het Haardtgebergte desgelijks met een steilen wand af naar de laagte van Kaiserslautern, thans van een spoorweg doorsneden. Ten noorden van die moerassige laagte verheft zich tegenover het Odenwald, tusschen de dalen van de Rijn en de Nahe, wederom eene dergelijke hoogvlakte, die door velen tot het Haardtgebergte gerekend wordt. Anderen geven daaraan den naam van Gebergte van de Pfalz zijn hoogste top is de Donnersberg, ongeveer 700 Ned. el hoog.

Laatst bijgewerkt 08-08-2018