Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 07-08-2018

Goede

betekenis & definitie

Goede (Willem), een Nederlandsch godgeleerde, geboren in 1764, studeerde te Jena en werd achtervolgens predikant bij de Luthersche gemeenten te Doetichem en te Kampen. Hier echter legde hij het leeraarsambt neder en ging over tot de Remonstrantsche broederschap, waarna hij in 1795 beroepen werd tot predikant der Remonstrantsche gemeente te Rotterdam. In 1820 verkreeg hij een eervol emeritaat, en overleed te Kampen den 14den Februarij 1839.

Hij schreef onder anderen: „Godsdienstig magazijn voor predikanten, katechiseermeesters enz. (1797)”, — „De kinderen aan hunne zwakke zijde, of tafereelen van kinderlijke ondeugden en gebreken (1805)”, — „Galerij van merkwaardige menschen en menschelijke lotgevallen (1813)”, — „De onzigtbare, o; de goddelijke voorzienigheid werkzaam in de lotgevallen der menschen (1815, 3 dln)”, — „Magazijn voor lijdenden en rampspoedigen (1817, 2 dln)”, — „Nieuwe katechismus der natuurlijke geschiedenis (1817, 4 dln)”, — „Bloemen en vruchten, geplukt in den grooten tuin der geschiedenis”, — en „Keur van mengelingen ter bevordering van wijsheid, deugd en godsdienst (1839)”. Ook heeft hij vele werken vertaald.