Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 04-07-2018

2018-07-04

Catharina

betekenis & definitie

Catharina, eene vrouwennaam, is gegeven:

Aan Heiligen. Hiertoe behooren:

Catharina of Aeicatharina, volgens de legende eene maagd uit koninklijken bloede te Alexandria. Zij werd in den kerker geworpen, omdat zij bij een offerfeest, door keizer Maxentius aangerigt, de dienst der afgoden voor eene dwaasheid verklaarde. Vijftig geleerde Heidenen kwamen in de gevangenis, om haar tot eene andere overtuiging te brengen, doch verlieten haar als Christenen. Ook keizerin Faustina werd door haar tot het Christendom bekeerd, alsook de krijgstribuun Porphyrius met een 200-tal praetorianen of soldaten der lijfwacht.

Niettemin wilde men haar op een rad leggen, dat met scherpe spijkerpunten was voorzien, doch het folterwerktuig brak, toen men het zou gebruiken, en Catharina werd onthoofd (307). Engelen droegen haar hoofd, naar den berg Sinaï, en de R. Katholieke Kerk viert haren naamdag op den 25sten November.

Catharina van Siéna of Catharina Siénensis. Zij werd in 1347 te Siéna geboren, was de dochter van een verver, legde reeds op 8-jarigen leeftijd de belofte af van eeuwige kuischheid, voedde zich tot op haar 20ste jaar met brood en groenten, later enkel met raauwe wortels, en werd lid van de orde der Dominicanen. Nu sprak zij, behalve in de biecht, gedurende 3 jaar geen enkel woord, droeg eene jjzeren keten om het lijf en diende zich de hardste kastijdingen toe. Voorts wijdde zij zich vooral aan de verpleging van zieken en behoeftigen. Door hare welsprekendheid wist zij de hardnekkigste zondaren tot bekeering te brengen, en zij overreedde paus Gregorius XI, om van Avignon naar Rome terug te keeren.

Zij beroemde zich op een onmiddellijken omgang met Christus, die zich aan haar verloofd, zijn hart met het hare omgewisseld, haar zijn bloed te drinken gegeven en de lidteekenen zijner 5 wonden op haar ligchaam gedrukt had. Paus Urbanus VI riep haar in 1378 naar Rome, waar zij den 29sten April 1380 overleed. In 1491 werd zij heilig verklaard. Haar biechtvader, Raymond van Capua, generaal der Dominicanen, heeft haar leven te boek gesteld en hare gesprekken verzameld, benevens brieven en andere geschriften. Dat alles is in het Italiaansch in 5 kwarto-deelen gedrukt (1707 en 1713): Hare gedachtenis wordt gevierd op den 30sten April.

De Zweedsche Catharina. Zij was eene dochter van prins Alfonsus van Nericia in Zweden en van de heilige Brigitta, vergezelde op 18- jarigen leeftijd hare moeder naar Rome en werd na haren terugkeer abtdis in het klooster Wadstena, waar zij den 24sten Maart 1381 overleed. Zij is in 1474 heilig verklaard, en men viert hare gedachtenis op den 23sten Maart.

Catharina van Bononië. Deze werd in 1413 in Bologna (Bononië) en volgens anderen te Verona geboren, voegde zich bij de orde van St. Franciscus, en kwam vervolgens aan het hoofd der Clarissen in een klooster te Bologna, waar zij den 9den Maart 1463 overleed. Zij werd heilig verklaard in 1724. De „Revelationes” worden ten onregte aan haar toegeschreven, maar zij heeft onderscheidene Latijnsche en Italiaansche verhandelingen nagelaten.

Catharina van Genua, eene dochter van Jacobus Fiéschi, onderkoning van Napels. Zij werd geboren in 1447, begaf zich in het huwelijk met een edelman uit Genua en trad na den dood van dezen in de derde orde van den heiligen Franciscus, wijdde zich aan de verpleging van pestzieken, overleed den I4den September 1510 en werd in 1737 heilig verklaard. Haar naamdag is gesteld op den 22sten Maart. Zij heeft eene verhandeling nagelaten over het vagevuur enz.

Catharina Ried, geboren te Florence in 1522. Zij was reeds op 25-jarigen leeftijd priores van het klooster Prato in Toscane, en hield briefwisseling met Philippus van Neri. Zij overleed den 2den Februarij 1589 en werd vervolgens heilig verklaard. Haar naamdag valt op den 13den Februarij. Vijftig brieven van hare hand zijn in 1848 in het licht verschenen.

Aan Keizerinnen van Rusland, namelijk aan:

Catharina I Alexiewna. Zij regeerde van 1725 tot 1727, heette eigenlijk Martha, werd geboren in 1682 te Germunared en was waarschijnlijk eene dochter van den Zweedschen kwartiermeester Rabe en van Elisabeth Moritz of volgens anderen van zekeren Samuël Skawronski, een boer uit Lithauen. Reeds vroeg verloor zij hare ouders, maar vond eene wijkplaats bij een geestelijke te Mariënburg in Lijfland, die haar met zijne kinderen in het Protestantsch geloof deed opvoeden. Zij trad er in het huwelijk met een Zweedschen dragonder, die kort daarna sneuvelde.

Toen Mariënburg in 1702 door de Russen veroverd werd, moest Martha den generaal Schermetjew als gevangene volgen en viel als buit ten deel aan generaal Bauer, die haar vervolgens afstond aan de vorstin Mentschïkow. Hier werd zij opgemerkt door Peter de Groote, die op haar verliefd werd en haar bewoog om tot de Grieksche Kerk over te gaan, waarbij zij de namen Catharina Alexiewna ontving. Zij schonk den Czaar 3 dochters, namelijk Catharina, die op jeugdigen leeftijd stierf, Anna, vervolgens gehuwd met den hertog van Holstein en de moeder van Peter III, en Elizabeth, later keizerin van Rusland.

Catharina behield door een verstandigen omgang, vooral door hare toegenegenheid en beradenheid, de gunst van haren gemaal. Toen deze in 1711 in Moldavië door het Turksche leger omsingeld was, zoodat geene redding mogelijk scheen, wist zij door opoffering van al hare kostbaarheden den Groot-Vizier tot het sluiten van een verdrag te bewegen. In dat jaar huwde Peter met haar in ’t geheim, en in het volgende jaar erkende hij haar openlijk als zijne gemalin, waarna hij haar in 1718 tot Keizerin verhief en in 1724 te Moskou liet kroonen. Zij schonk hem gedurende haren echt nog 5 kinderen, die echter reeds vroeg overleden.

In den laatsten tijd van zijn leven koesterde czaar Peter het vermoeden, dat zij een al te vertrouweijjken omgang had met den kamerheer Moens. Op zekeren avond vond hij beiden in een priëel, en weinige dagen daarna werd Moens in hechtenis genomen en onthoofd; zelfs de Keizerin liep gevaar, dat zij van de troonsopvolging zou worden uitgesloten, daar ook haar vertrouwde, Mentschikow, de gunst van den Czaar had verbeurd, doch deze overleed op den 28sten Januarij 1725.

Alvorens zijn dood bekend werd, riepen de aanhangers van Catharina de troepen bijeen, en Theóphanes, aartsbisschop van Pleskow, betuigde met een eed voor het volk en de soldaten, dat de Czaar op zijn sterfbed verklaard had, dat alleen Catharina waardig was, hem op te volgen. Nu beklom zij den troon, die eigenlijk aan ’s Keizers minderjarigen kleinzoon Alexius toekwam. Als Keizerin gehoorzaamde zij aan den invloed van Mentschikow, maar wist tevens door hare zachtmoedigheid zelfs hare tegenstanders aan zich te verbinden. Bij het volk maakte zij zich vooral aangenaam door het te ontslaan van een gedeelte der belastingen.

Tot beveiliging van haar gezag verzwakte zij de magt der garde door een leger te vormen van 20000 man andere soldaten. Tijdens hare regéring breidde het Russische rijk zich uit naar de zijde van Perzië, en nadat zij in haar testament haren stief-kleinzoon Peter II tot opvolger benoemd had, overleed zij den 17den Mei 1727 aan de gevolgen van het misbruik van sterken drank.

Catharina II Alexiewna, die van 1762 tot 1796 regeerde. Zij was eene dochter van prins Christiaan August van Anhalt-Zerbst en werd den 25sten April 1729 geboren te Stettin, waar haar vader gevestigd was als gouverneur en generaal-veldmaarschalk in Pruissische dienst. Op aanbeveling van Frederik II door de Russische keizerin Elisabeth voor haren neef en opvolger Peter, hertog van Holstein-Gottorp, tot gemalin gekozen, ging zij over tot de Russische kerk, verwisselde daarbij hare namen Sophie Auguste met die van Catharina Alexiewna, en werd den 1sten September 1745 met Peter Feodorowitsj in den echt verbonden. Zij stond op veel hoogeren trap van beschaving dan haar gemaal, werd door dezen met hardvochtigheid behandeld, en liet zich hierdoor vervoeren tot het aanknoopen van ongeoorloofde betrekkingen met anderen.

Tot hare gunstelingen behoorden graaf Soltikof Stanislaus Augustus Poniatowski en graaf Grigorij Orloff. Na den dood van Elisabeth (1762) beklom Peter III den troon. De groote ontevredenheid over diens regéring werd door haar gevoed, en haar gunsteling Orloff nam deel aan eene zamenzwering, die niets anders ten doel had, dan den Czaar tot afstand te bewegen en de teugels van het bewind in de handen te leggen van Catharina, als voogdes over haar minderjarigen zoon Paul.

Gedurende een feest (9 Julij 1762) werd de Keizer met geweld weggevoerd; Catharina verwierf door eene wegslepende toespraak de gunst der soldaten , zoodat deze haar uitriepen tot Keizerin, en de senator Teplow las in de Kazansche kerk een manifest voor, waarin de verheffing der Grootvorstin tot heerscheres over Rusland werd afgekondigd. Des ochtends te 10 uur was de omwenteling reeds geschied. Bij het vernemen van deze tijding ontzonk aan Peter de moed en hij zond aan zijne gemalin een brief, waarin hij verklaarde, dat hij bereid was de kroon neder te leggen, naar Duitschland te trekken en zich met den titel van hertog van Solstein te vergenoegen.

Hij ontving geen antwoord en daar zijne poging, om zich naar de vloot bij Kroonstad te begeven, geheel en al mislukte, maakte hij de acte van afstand gereed, doch werd eenige dagen daarna in de gevangenis vermoord.

Catharina regeerde inmiddels in den geest van Peter de Groote; reeds in het eerste jaar lokte zij 50000 kolonisten uit den vreemde naar Rusland, voerde de koepok-inenting in, stichtte armen-, wees- en vondelingshuizen en plaatste, om er geld toe te krijgen, de goederen van kloosters en kerken onder het beheer van eene bepaalde commissie. Op het verzet der geestelijken werd geen acht geslagen, en deze moesten eindelijk toegeven.

Alle inrigtingen ter bevordering van kunst en wetenschap werden door haar beschermd, — Russische geleerden ter verdere vorming buiten ’s lands gezonden en vele scholen, benevens eene Russische Académie (1783) opgerigt. Vooral maakte zij zich verdienstelijk door het bouwen van volksscholen in alle steden en vele dorpen, en de onderwijzers werden op eene doelmatig ingerigte kweekschool gevormd. Dat dit alles aanvankelijk en zelfs lang daarna nog weinig vruchten droeg, is niet aan haar, maar aan het volksvooroordeel te wijten.

Ook de grondwet en de regtsbedeeling werden aanmerkelijk gewijzigd. De geheime kanselarij, door Peter III opgeheven, werd niet weder hersteld, en op haren last ontvingen de Senaat en andere hooge Collégiën eene betere inrigting. Onder medewerking van de voornaamste regtsgeleerden des rijks werd door eene hiertoe benoemde commissie een nieuw wetboek ontworpen, hoewel de invoering daarvan schipbreuk leed op eigenaardige bezwaren. Handel en scheepvaart namen eene nieuwe vlugt; de binnenlandsche handel werd van vele belemmeringen vrijgemaakt en het bedrag der belastingen verminderd, terwijl de buitenlandsche handel door het sluiten van verdragen ongemeen bevorderd werd.

Voorts was zij in eene reeks van belangrijke oorlogen gewikkeld; reeds in het 2de jaar van hare regéring (1764) wierp zij zich op tot voogdes over Polen en verhief haren gunsteling Slanislaus Augustus Poniatowski tot koning van dat rijk. Weldra ontstond er een vernielende oorlog tusschen Rusland aan de ééne en Polen en Turkije aan de andere zijde, die echter door haar met aanmerkelijke uitbreiding der grenzen van Rusland werd ten einde gebragt. Reeds in 1772 maakte Catharina tengevolge van het beruchte verdeelingsverdrag, met Pruissen en Oostenrijk gesloten, zich meester van het hedendaagsch gouvernement Wit-Rusland, en na den Vrede van Koetsjoek Kainardsje (1774) van het land tusschen de Dniepr en de Boeg, alsmede van een aantal steden en van Perekop.

Laastgenoemd schiereiland werd onafhankelijk verklaard van de Porte en de Russen verwierven een vrijen handel op de Zwarte Zee. Na het einde van den Zevenjarigen oorlog verbond Rusland zich nader met Pruissen en noodzaakte in 1779 door de bedreiging, dat het Pruissen met 60000 man zou bijstaan, Oostenrijk tot den vrede. Den handel der noordelijke gewesten des rijks beschermde zij door de verklaring eener gewapende neutraliteit (1780), en hoewel zij met Groot-Brittannië op goeden voet bleef, gelukte het haar door den sterken aanwas harer vloot, Engelands heerschappij ter zee te verzwakken.

Intusschen deinsde zij zelfs voor blijkbare onregtvaardigheden niet terug, indien zij daardoor haar gebied vergrooten kon. Zij bewoog den Khan van de Krim, die in 1774 onafhankelijk was geworden, om haar voor eene lijfrente zijn land af te staan, en verklaarde vervolgens (1788), dat niet alleen de Krim maar ook het hiertoe behoorende Koeban onder den naam van Taurië bij haar gebied was ingelijfd. Evenmin was de Porte in staat, om den afval van Heraclius, vorst van Cachéti, te verhoeden, toen deze zich onder de bescherming begaf van het Russische rijk. Toen echter de bijeenkomst van Catharina met Jozef II te Cherson (1787) het Turksche rijk met nieuwe verliezen bedreigde, verklaarde de Porte aan Rusland en Oostenrijk den oorlog.

Catharina zag bij den vrede van Galacz (1791) op nieuw haar gebied vergroot, en nadat zij een oorlog met Zweden reeds vroeger voleindigd had, keerde zij hare wapens tegen Polen, dat afkeerig van Ruslands voogdijschap, zich eene nieuwe, vrijzinnige grondwet had bezorgd (1791). In overleg met Pruissen ondersteunde zij de tegenstanders der nieuwe orde van zaken en deed deze plaats ruimen voor de vroegere leenregtelijke instellingen, ja, zij bepaalde met Pruissen eene nieuwe verdeeling van Polen, waardoor haar gebied in Ukraine en Lithauen eene vermeerderde uitbreiding verkreeg ten bedrage van 4553 geogr. mijlen. De hierdoor veroorzaakte opstand van het Poolsche volk eindigde met de verdeeling van het laatste overschot van Polen tusschen Rusland, Pruissen en Oostenrijk. Ook langs vreedzamen weg verkreeg Rusland eene vergrooting des rijks, namelijk door de heerlijkheid Jever (1793) wegens het overlijden van Friedrich August van Anhalt-Zerbst, den eenigen broeder der Keizerin, en door Koerland wegens de vrijwillige onderwerping van dit gebied. Gedurende de laatste regéringsjaren van Catharina ontstond de Fransche omwenteling; hoewel zij die woelingen ten sterkste afkeurde en alle revolutionairen buiten de grenzen van haar gebied verbande, nam zij geen aandeel aan den daardoor gerezen oorlog. De vloot, welke zij tot hulp naar Engeland zond, voldeed weinig aan de verwachtingen. In 1795 voerde zij oorlog met Perzië, en deze eindigde eerst onder haren opvolger met den Vrede van Tiflis.

Ook binnen ’s land had zij met vele moeijelijkheden te worstelen. Gedurende de 20 eerste jaren van hare regéring ging geen jaar zonder oproer voorbij. Nu eens traden er personen op, die zich uitgaven voor Peter III, — dan weder verhief de Kozakken-hoofdman Poegatsjem aan de Don de vaan van den opstand. Van alle mannen, die zich aan het hof van Catharina bevonden, was Potemkin de eenige, die haar wist te leiden, doch hij verkwistte ook verbazende sommen, om haar in glans en grootheid te doen leven. Wij vermelden hier slechts den merkwaardigen triomftogt der Keizerin naar de zuidelijke gewesten, waar men haar omtrent den wezenlijken toestand des rijks op eene bespottelijke wijze misleidde.

Hier en daar werden in woeste vlakten beschilderde houten schuttingen opgerigt, die zich uit de verte als bloeijende steden en dorpen vertoonden; masten met wimpels, op het land geplaatst, moesten vaartuigen verbeelden, die er in kanalen lagen, terwijl eene groote menigte menschen aan de zijde van den weg allerlei kunstspelen volbragt en des nachts voorwaarts werd gezonden, om hetzelfde tooneel elders te herhalen. Op den terugtogt bezorgde Potemkin te Poeltawa aan de Keizerin eene getrouwe voorstelling van den veldslag, waarin Karel XII de nederlaag leed. Catharina begunstigde voorts de Encyclopedisten en nieuwe wijsgeeren, zooals Diderot, Holbaeh, d'Alembert en vooral Voltaire. Zij bestudeerde het beroemde werk van Montesquieu, toen zij voornemens was, een nieuw wetboek in te voeren, en kocht de boekerij van Diderot, waarna zij hem uitnoodigde, om zich naar Petersburg te begeven, doch zjj vond zijne denkbeelden hersenschimmig en onuitvoerbaar. Grim, de zaakgelastigde van Saksen-Gotha, ontving van haar den last, om mededeeling te doen van al het nieuwe op het gebied van letterkunde en kunst, en het Russische gezantschap te Parijs had een afzonderlijk departement voor die aangelegenheden.

Een Russisch geleerde, Pallas genaamd, deed op haar bevel eene reis door geheel Rusland, en de beschrijving daarvan werd op eene prachtige wijze uitgegeven. Behalve door de zucht naar roem werd zij trouwens vooral door die naar zingenot geprikkeld en weinigen vierden zoo driest den teugel aan wellust en onmatigheid. Aan haar hof vermengden zich de verwikkelingen der staatkunde met die der galanterie, en zij beschonk hare gunstelingen met rijkdommen en waardigheden. Intusschen was zij ver verwijderd van alle zelfzuchtige wreedheid; men zegt zelfs dat zij slechts één doodvonnis, dat van Poegatsjew, onderteekend heeft. De dood van prins Iwan, die met andere misnoegden eene zamenzwering tegen haar beraamd had, wordt door Fransche schrijvers haar ten onregte ten laste gelegd; de luitenant Mirowitsj volbragt dat misdrijf in de meening, dat hij daarvan gouden vruchten zou oogsten. — Juist was Catharina van voornemen, tegen de Turken op te trekken en deze uit Europa te verdrijven, toen zij op den 9i<™ November 1796 aan eene beroerte overleed en door haar eenigen zoon Paul I opgevolgd werd. In het jaar 1852 verrees te Catharinastad een gedenkteeken ter harer eere.

Zij was niet groot van gestalte, maar bezat eene indrukwekkende houding en schoone blaauwe oogen. Vooral onderscheidde zjj zich door hare onverschrokkenheid, zoodat niemand haar ooit zag verbleeken of sidderen. Zij hield veel van uitwendige pracht en voegde zich naar de manieren van het Fransche Hof. Zij was naauwgezet in het volbrengen van de uitwendige plegtigheden der godsdienst, hield zich bij voorkeur bezig met de beoefening der geschiedenis en schreef zeer gemakkelijk in de Fransche en Russische talen. Zij heeft dramatische stukken voor het Russische tooneel en ook gedenkschriften nagelaten.

Koninginnen van Engeland, namelijk:

Catharina, eene dochter van koning Karel VI van Frankrijk en Isabella. Zij werd geboren in 1405, huwde in 1420 met Hendrik V van Engeland en bevestigde hierdoor de aanspraak van dezen op den Franschen troon. Zij was de moeder van Hendrik VI en huwde, na den dood van haren gemaal, in het geheim met Owen Tudor, aan wien zij 3 zonen schonk. Door één van deze werd zij de grootmoeder van Hendrik VII. Zij overleed in 1438.

Catharina van Aragon, eene dochter van Ferdinand II van Aragon en Isabella van Castilië. Zij werd geboren in 1483, huwde in 1501 met prins Arthur van Wallis (een zoon van Hendrik VI), die echter reeds stierf vóór de voltrekking van het huwelijk. Om den aanzienlijken bruidschat van 200000 goudgulden te kunnen behouden, verbond Hendrik VII haar aanstonds met zijn tweeden zoon, die slechts 12 jaar oud was, doch later als Hendrik VIII den troon beklom. Deze verzette zich aanvankelijk tegen deze verbindtenis, doch sloot haar in 1509 na den dood zijns vaders. Het bezwaar van Wolsey tegen een huwelijk met zijne schoonzuster en vooral zijne hartstogt voor Anna Bóleyn waren oorzaak, dat de Koning bij den Paus op eene echtscheiding aandrong; toen hij een weigerend antwoord ontving, verstootte hij in 1533 op eigen gezag zijne echtgenoote, die na verloop van 3 jaar overleed. Koningin Maria I was hare dochter.

Catharina Howard, eene dochter van Edmund Soward en eene kleindochter van den hertog van Norfolk. Hare schoonheid boeide Koning Hendrik VIII zoozeer, dat hij, na het uit den weg ruimen van alle zwarigheden, in 1540 eene 5de echtverbindtenis met haar sloot. Zij ijverde met kracht voor de R. Katholieke Kerk en zocht den voortgang der Hervorming in Engeland te beletten. Om die reden werd zij door hare tegenstanders beschuldigd van een ontuchtigen levenswandel in vroegeren tijd,en, daar sommige getuigen de waarheid dier aantijging volhielden, op den 12den Februarij 1542 onthoofd.

Catharina Parr, de zesde echtgenoote van Hendrik VIII. Zij huwde met dezen in 1543, nadat zij te voren in den echt was verbonden geweest met lord Latimer Na 's Konings dood trouwde zij met den admiraal Thomas Seymour en overleed in 1549. Zij was eene ijverige beschermster der Protestanten.

Eene Koningin van Frankrijk, te weten:

Catharina dei Medici. Zij werd geboren te Florence den 30sten April 1519, en was de eenige dochter van Lorenzo dei Medici, hertog van Urbino en Magdalena de la Tom d’Auvergne, eene nicht van paus Clemens VII. Door laatstgenoemde werd zij als dochter aangenomen en gedeeltelijk in het klooster delle Murate te Florence, gedeeltelijk aan het hof aldaar opgevoed, zoodat zij wel is waar haren kunstsmaak ontwikkelde, maar tevens ingewijd werd in velerlei hoofsche listen en zamenspanningen. Frans I, koning van Frankrijk, begeerde de 13-jarige Catharina tot gemalin voor zijn tweeden zoon, later Hendrik II, en Lorenzo was bereid om aan dat verlangen te voldoen en hem tevens eene belangrijke geldsom in voorschot te geven. Catharina bevond zich aan het Fransche hof tusschen de hertogin d'Etampes, de minnares van Frans I, en Diane de Foitiers, de bijzit van haren gemaal, aanvankelijk in eene zeer lastige positie, maar wist zich door hare ongemeene listigheid te redden. Hendrik gevoelde echter, in weerwil van hare schoonheid en beminnelijkheid, geenerlei toegenegenheid voor haar, en vatte meermalen het voornemen op, om van haar te scheiden, doch de sluwe Italiaansche had te zeer de gunst verworven van haar schoonvader, dan dat deze dien stap zou gedoogen. Toen Catharina na verloop van 13 jaren aan haren echtgenoot kinderen schonk en zich tevens zeer inschikkelijk betoonde met betrekking tot zijne uitspattingen, werd de verhouding der beide echtgenooten veel beter, en ten laatste schonk hij haar zijn volkomen vertrouwen. Hendrik beklom in 1547 den troon; twee jaar later werd Catharina gekroond, en gedurende den veldtogt van haren gemaal in Duitschland (1552) zag zij zich bekleed met de waardigheid van regentes.

Thans en vooral na den dood van haren echtgenoot (1559) bleek het, dat hare voormalige onverschilligheid omtrent regéringszaken niets anders geweest was dan eene vermomming; zij had reeds alle draden in handen en was in alle staatsgeheimen ingewijd. Onder het bestuur van haren oudsten zoon Frans II bezat zij een onbeperkten invloed, daar de Guise's de teugels van het bewind in handen hadden. Zij verzamelde een kring der bevalligste jonkvrouwen om zich heen en onderwees haar in al de kunsten der coquetterie, om de invloedrijkste mannen aan het Hof te lokken, aan haar persoon te verbinden en alzoo geheimen uit te vorschen. De dood van Frans II in 1560 maakte al die listen overbodig, daar Catharina zelve zich wegens de minderjarigheid van Karel IX aan het hoofd der zaken plaatste. Nu eens begunstigde zij de Hugenoten, dan weder de Guise’s en verkeerde het liefst in een weefsel van allerlei behendige zamenspanningen. Zij bereidde zich ten oorlog, om onderhandelingen aan te knoopen, en knoopte onderhandelingen aan, om zich gereed te maken tot den strijd.

Karel IX was haar speelbal, en de Parijsche bloedbruiloft haar werk. Tot aan den tijd, waarop (na den dood van Karel IX) Hendrik III uit Polen, waar hij koning was, terugkeerde, om den troon van Frankrijk in bezit te nemen, belastte zij zich nogmaals met het regentschap en zij beheerschte vervolgens Hendrik lIl geheel en al door hare listen. In 1579 deed zij een nieuwen oorlog tegen de Hugenoten ontstaan en grondvestte met de Guise's de Ligue. Daarna echter onttrok Hendrik III zich meer en meer aan de heerschappij zijner moeder en deed eindelijk in 1587 de beide Guise’s te Blois om het leven brengen. Hierdoor was het plan der listige vrouw, om het geslacht der Guise's op den troon van Frankrijk te plaatsen, voor goed verijdeld; zij gevoelde zich hierdoor zóó gekrenkt, dat zij ziek werd en den 5den Jasnuarij 1589 te Blois overleed.

Deze Vorstin bezat eene groote liefde voor kunst en wetenschap; zij verrijkte de boekerij te Parijs met kostbare handschriften uit Griekenland en Italië, en deed de Tuilerieën, het Hotel de Soissons en vele andere kasteelen verrijzen. Voor ’t overige was eene grenzelooze eerzucht de hoofdtrek van haar karakter; daaraan bragt zij alles ten offer, het geluk van hare kinderen en het heil van Frankrijk. Hare valschheid en wreedheid waren slechts dienaressen van dien hartstogt. Daarenboven maakte zij zich aan zoo verregaande verkwisting schuldig, dat bij haar overlijden hare kas een te kort aanwees van 8 millioen francs. Zij was even ongodsdienstig als bijgeloovig. Hare dochter Elizabeth was gehuwd met Philips II van Spanje, en hare dochter Margaretha met Hendrik van Navarre, later koning Hendrik IV.

Eenige Nederlandsche vorstinnen, namelijk:

Catharina van Beijeren, eene dochter van hertog Albrecht van Beijeren. Zij werd geboren in 1358 en verloofd aan Eduard, hertog van Gelder. Toen deze zich in 1337 naar Holland zou begeven, om het huwelijk te voltrekken, sneuvelde hij in den slag bij Biesweiler tegen de Brabanders. In 1379 trad zij in het huwelijk met Willem van Gulik en overleed kinderloos te Hattem in 1400, waarna zij in het klooster Munnikhuizen bij Arnhem begraven werd.

Catharina van Cleef. Zij was de oudste dochter van Adolf, hertog van Cleef en Maria van Bourgondié, huwde in 1424 met Aernout, hertog van Gelder, maar werd meer en meer afkeerig van haar gemaal, ’t geen niet weinig medewerkte tot de snoode behandeling, door haar zoon Adolf zijn vader aangedaan. Toen de oude Hertog in het bewind hersteld was, sleet zij, door dezen veracht en door haren zoon verlaten, hare dagen op het huis te Lobith, overleed aldaar vermoedelijk in 1476 en is in het Karthuizer klooster te Wesel begraven.

Catharina van Gelder, de jongste dochter van de voorgaande. Zij werd na het sneuvelen van haren broeder Adolf voogdes over diens minderjarigen zoon Karel van Egmond en regeerde met evenveel kracht als vermetelheid. Zij deed al het mogeljjke om het gezag van haren neef tegenover Maximiliaan van Oostenrijk te handhaven, doch de Gelderschen zagen zich genoodzaakt, laatstgenoemde in 1481 te huldigen. Toen Karel vervolgens weder in het bezit kwam van zijn vaderlijk erfdeel, schonk hij haar voor haar leven de stad Gelder, en zij overleed aldaar in 1496.

Catharina Belgica van Nassau, geboren in 1578. Zij was de 3de dochter van Willem I, prins van Oranje, en Charlotte van Bourbon, trad in het huwelijk met Filips Lodewijk, graaf van Hanau, en overleed in 1648.