Baar betekenis & definitie

Baar, vereenigd met Lathen is eene voor­malige baanderheerljjkheid in het graafschap Zutphen. Reeds in 1280 vindt men melding gemaakt van een heer van Baar, die den Doornweert veroverd had. Leden van dit geslacht namen deel in den strijd der Heeckerens en Bronkhorsten.

Het kasteel Baar is in 1423 in handen gekomen van het geslacht van Meurs en later in die van het geslacht Batenburg. Nog later is de provincie Gelder­land door aankoop eigenaar geworden der goederen, die bij het kasteel Baar behoorden.

Baar is tevens de naam van een voormalig landgraafschap, thans in Baden, en wél in het Schwarzwald aan de bronnen van de Donau, ge­legen. Het was 12 ▢ geogr. mijlen groot en heeft in 1803 zijne zelfstandigheid verloren.

Baar wordt, als woord van Maleischen oor­sprong, in Indië en bij onze Marine gebruikt in den zin van groen bij de studenten.

Baar noemt men ook een stangvormig stuk goud of zilver, waarvan het gehalte en het gewigt bepaald is. Als waarborg voor in omloop gebragt papier worden baren goud of zilver gewoonlijk in de bank geplaatst.

Laatst bijgewerkt 19-03-2018