Gepubliceerd op 30-10-2017

zouten

betekenis & definitie

zouten - Werkwoord
1. (ov) met zout conserveren
Haring moet licht gezouten worden om een parasiet te doden.

zouten - Zelfstandignaamwoord
1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zout
De zouten van natrium en kalium zijn meestal goed oplosbaar.

Woordherkomst
afgeleid van zout met het achtervoegsel -en

Verwante begrippen
pekelen, in het zout leggen, inleggen, inmaken