zien betekenis & definitie

zien - Werkwoord
1. (ov) waarnemen met het oog
tab tab1">♢ Ik kan die afbeelding van zo'n afstand niet goed zien.
2. (inerg) het vermogen hebben om met het oog waar te nemen
Hij was dolblij dat hij na het ernstige ongeluk toch nog kon zien.
3. (inerg) een bepaald gezicht trekken, eruitzien als, de indruk geven van
Hij zag erg boos.
4. (refl) (auxl) zich + volt. deelwoord + ~: maakt een wederkerende constructie
De stad zag zich overspoeld met enthousiaste aanhangers van beide clubs.

Woordherkomst
afkomstig van:
Middelnederlands: sien
Oudernederlands: sian
Germaans: *sehwanan
Indo-Europees: *sekʷ-

Verwante begrippen
kijken, waarnemen