Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 31-10-2017

wenkbrauw

betekenis & definitie

wenkbrauw - Zelfstandignaamwoord
1. (anatomie) knokige rand boven het oog, meestal begroeid met haar
De wenkbrauwen fronsen.

Woordherkomst
Van het Middelnederlandse wintbraeuwe, waarbij het eerste deel is beïnvloed door wenken. Etymologisch verwant met Oudsaksisch wintbrâwia, Oudhoogduits wintbrâwa en wimper.

Bronvermelding