Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 31-10-2017

2017-10-31

weids

betekenis & definitie

weids - Bijvoeglijk naamwoord
1. ruim van uitzicht, luisterrijk, groots
Dit was verreweg het weidste landschap dat we te zien kregen op deze reis.

Zie ook
wijds