Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 31-10-2017

vorst

betekenis & definitie

vorst - Zelfstandignaamwoord
1. (adel) heersend edelman, bijvoorbeeld een koning, monarch of keizer
De vorst werd tot aftreden gedwongen.
2. (meteorologie) weersomstandigheden waarbij water in ijs verandert
Er wordt tien graden vorst voorspeld.
3. (bouwkunde) nok van een dak, bovenste rij pannen van een dak
4. bos, woud

vorst - Werkwoord
1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vorsen
♢ Jij vorst
2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vorsen
♢ Hij vorst
3. verouderde gebiedende wijs meervoud van vorsen
vorst!

Woordherkomst
(2: Naamwoord van handeling van vriezen)

Bronvermelding