vierde betekenis & definitie

vierde - Rangtelwoord
1. nummer vier in een rij
tab tab1">♢ Op de vierde verdieping.
2. gedeeld door vier
Een vierde wordt ook wel een kwart genoemd.

vierde - Werkwoord
1. enkelvoud verleden tijd van vieren
♢Ik vierde
♢Jij vierde
♢Hij, zij, het vierde

Woordherkomst
Afgeleid van het hoofdtelwoord vier met het achtervoegsel -de