Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 31-10-2017

2017-10-31

verdeel

betekenis & definitie

verdeel - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verdelen
♢ Ik verdeel
2. gebiedende wijs van verdelen
verdeel!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verdelen
verdeel je?