Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 31-10-2017

verblijf

betekenis & definitie

verblijf - Zelfstandignaamwoord
1. het verblijven
Ik zou graag mijn verblijf willen verlengen.
2. een onderkomen
Dit is mijn verblijf voor de komende paar maanden.

verblijf - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verblijven
♢ Ik verblijf
2. gebiedende wijs van verblijven
verblijf!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verblijven
verblijf je?

Verwante begrippen
onderdak, oponthoud

Bronvermelding