Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 31-10-2017

2017-10-31

vallen

betekenis & definitie

vallen - Werkwoord
1. ergatief vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde bewegen
De roekeloze beklimmer van het gebouw viel gelukkig niet.
2. vrijelijk neerhangen
Zijn lange haren vielen in krullen over zijn schouders.
3. ergatief, (militair) ondanks verzet in vijandelijke handen komen
Die stad is snel gevallen.
4. ergatief, (militair) sterven in de strijd
Adolf viel in de slag bij Heiligerlee.
5. ~ te: drukt een mogelijkheid uit
Daar viel bitter weinig aan te veranderen.
6. (copl) ~ + meewerkend voorwerp op een bepaalde manier ervaren worden
Het afscheid is hem erg zwaar gevallen.

vallen - Zelfstandignaamwoord
1. meervoud van het zelfstandig naamwoord val

Woordherkomst
afkomstig van:
Middelnederlands: vallen
Oudernederlands: fallan
Germaans: *fallanan

Synoniemen
afvallen, neervallen, verschieten
losraken

Verwante begrippen
vellen