vaak betekenis & definitie

vaak - Zelfstandignaamwoord
1. de slaap

vaak - Bijvoeglijk naamwoord
1. vele malen

Synoniemen
dikwijls
meestal

Verwante begrippen
nooit, ooit, soms, gedurig, gewoonlijk, menigmaal, veel, veelal, veeltijds, veelvuldig

Gepubliceerd op 31-10-2017