vaag betekenis & definitie

vaag - Bijvoeglijk naamwoord
1. iets wat niet duidelijk is, niet scherp omlijnen|omlijnd

vaag - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vagen
Ik vaag
2. gebiedende wijs van vagen
vaag!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vagen
vaag je?

Synoniemen
onduidelijk, wazig

Verwante begrippen
onbestemd, onnauwkeurig, wollig

Gepubliceerd op 31-10-2017