Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 17-10-2017

Utrecht

betekenis & definitie

Utrecht - Eigennaam
1. (toponiem: provincie) een provincie in het midden van Nederland, die door Noord-Holland, Flevoland, Gelderland en Zuid-Holland wordt begrensd
2. (toponiem) de hoofdstad van de provincie Utrecht
3. (toponiem) een plaats met 860 inwoners aan de voet van het Balele-gebergte in KwaZoeloe-Natal, Zuid-Afrika
4. (geschiedenis) de naam van een boerenrepubliek rond [3] die bestaan heeft van 1852-1856
5. (spellingsalfabet) spelwoord van het Nederlandse spellingalfabet voor de letter u

Woordherkomst
De provincie is vernoemd naar de stad Utrecht. Die naam bestaat uit trecht, van de Latijnse aanduiding traiectum dat werd gebruikt om een plaats aan te geven waar een rivier doorwaadbaar of over te steken was. In de middeleeuwen werd voor Utrecht én Maastricht Traiectum als plaatsnaam gebruikt, ter onderscheid kregen beide plaatsen daarna een nadere aanduiding in hun plaatsnaam. De 'U' komt van het Oudnederlandse woord uut, dat 'benedenstrooms' betekent.

Synoniemen
[5] uniform