Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

uitgestreken

betekenis & definitie

uitgestreken - Bijvoeglijk naamwoord
1. van een gelaat dat je er geen emotie vanaf kunt lezen
tab tab1">♢ Op de theusualroutine.com vind je niet alleen maar goedkoop knip- en plakwerk van imitatienieuws dat Trump ophemelt of Hillary besmeurt, stellen de twintigers. Wel, zegt Zarkov, zorgvuldig bewerkte stukken over een breed scala aan onderwerpen. En, met uitgestreken gezicht: “Wij promoten geen dingen die niet waar zijn.”

uitgestreken - Werkwoord
1. voltooid deelwoord van uitstrijken

Woordherkomst
voltooid deelwoord van uitstrijken en een klinkerwisseling ij-ee (IPAː /ɛɪ/ - /e/)

Synoniemen
glad, egaal, emotieloos, onbewogen, schijnheilig, strak, uitdrukkingsloos