Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

tweedegraads

betekenis & definitie

tweedegraads - Bijvoeglijk naamwoord
1. iets van de tweede categorie
tab tab1">♢ Met zijn tweedegraads bevoegdheid mag hij niet boven havo-3 niveau lesgeven. Hij wrijft over zijn donkerbruine baard, die hij al had voor het hip werd en voor hij leraar werd. „Als het goed is, weet je als docent waar je thuishoort. Ik hoor bij het vmbo. Misschien komt dat omdat ik zelf op de mavo heb gezeten.”

Woordherkomst
samenstelling van tweede en graad met het achtervoegsel -s

Verwante begrippen
eerstegraads, derdegraads