Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

turf

betekenis & definitie

turf - Zelfstandignaamwoord
1. veen als brandstof
2. dik boek
3. groep van vijf streepjes
4. (Jiddisch-Hebreeuws) gestolen goed
5. (Jiddisch-Hebreeuws) geld, portemonnee

turf - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van turven
♢ Ik turf
2. gebiedende wijs van turven
turf!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van turven
turf je?

Woordherkomst
[4, 5] Herkomst: Bargoens

Verwante begrippen
[1] turfaarde, turfgrond, turfmolm, turfsteken, turfstrooisel, turfwinning