Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

tuchteloosheid

betekenis & definitie

tuchteloosheid - Zelfstandignaamwoord
1. het tuchteloos zijn
tab tab1">♢ De tuchteloosheid van de opgeschoten jongens bezorgde de politie veel werk.

Woordherkomst
afgeleid van tuchteloos met het achtervoegsel -heid