Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

tuchteloos

betekenis & definitie

tuchteloos - Bijvoeglijk naamwoord
1. geen tucht kennend, zedeloos, onzedelijk

Woordherkomst
afgeleid van tucht met het achtervoegsel -loos met het invoegsel -e-

Synoniemen
tuchtloos