Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

trouwer

betekenis & definitie

trouwer - Zelfstandignaamwoord
1. iemand die trouwt

trouwer - Bijvoeglijk naamwoord
1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van trouw

Woordherkomst
Naamwoord van handeling van trouwen met het achtervoegsel -er