Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

trouwen

betekenis & definitie

trouwen - Werkwoord
1. ergatief het aangaan van een officiële verplichting tussen twee personen om voor elkaar te zorgen
Op 3 juli ga ik trouwen met mijn vriendin.
2. (ov) twee personen in de echt verbinden
Dat is de dominee die ons getrouwd heeft.

trouwen - Zelfstandignaamwoord
1. meervoud van het zelfstandig naamwoord trouw

Woordherkomst
afgeleid van trouw met het achtervoegsel -en

Bronvermelding