Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

troonzaal

betekenis & definitie

troonzaal - Zelfstandignaamwoord
1. een ruimte in een koninklijk paleis waar de monarch in vroeger tijden hof hield
In een rolstoel wordt ze de Troonzaal van het Koninklijk Paleis op de Dam binnen gereden en zonder hulp komt ze het podium niet op. Ik wil het niet weten, maar het is zo: Dame Antonia, beter bekend als de schrijfster A.S. Byatt, is 80 en breekbaar. Wankel ontvangt ze de Erasmusprijs. Maar zodra ze haar dankwoord begint af te steken, staat ze recht en verandert ze in de kalme vulkaan die ik ken uit al die geweldige romans van haar. Ze heeft het over de kracht van woorden, niet omdat ze ergens naar verwijzen of een verhaal inkleuren, maar om zichzelf.

Woordherkomst
samenstelling van troon en zaal