Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

tofs

betekenis & definitie

tofs - Zelfstandignaamwoord
1. meervoud van het zelfstandig naamwoord tof

tofs - Bijvoeglijk naamwoord
1. paritief van de stellende trap van tof

Woordherkomst
Herkomst: Jiddisj