Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

toetsweek

betekenis & definitie

toetsweek - Zelfstandignaamwoord
1. (onderwijs) een week dat er geen reguliere lessen zijn maar wel toetsen (proefwerken en examens)
„Alles zo goed willen doen is wel vermoeiend. Soms is het echt te druk, vooral tijdens toetsweken. Binnenkort hebben we skikamp met school en twee dagen later toetsweek. Dertien toetsen! Dat slaat dus nergens op. In zo’n periode doe ik alleen maar dingen die moeten. Liever zou ik met vrienden afspreken. Of op de Playstation spelen, muziek luisteren. Maar daar is dan geen tijd voor. Dan merk ik dat ik chagrijnig word. ‘Je bent iets te perfectionistisch’, zeggen mijn ouders dan. ‘Een zeven is ook goed hoor’. ‘Nee’, zeg ik dan.”

Woordherkomst
samenstelling van toets(werkwoord) en week

Synoniemen
proefwerkweek