Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

toekomstig

betekenis & definitie

toekomstig - Bijvoeglijk naamwoord
1. van de tijd die komen gaat, wat nu nog niet bestaat, komend
Ik wil graag naar mijn toekomstige huis kijken.

Woordherkomst
Afgeleid van toekomst met het achtervoegsel -ig