Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

tijdloos

betekenis & definitie

tijdloos - Bijvoeglijk naamwoord
1. niet horend tot een tijdelijke modetrent, eeuwig, blijvend
De lijnen van deze stoel hebben een tijdloze schoonheid

Woordherkomst
afgeleid van tijd met het achtervoegsel -loos

Synoniemen
achronisch