Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 04-12-2017

2017-12-04

ongerust

betekenis & definitie

ongerust - Bijvoeglijk naamwoord
1. bezorgd dat iemand iets zal overkomen
De ongeruste echtgenoot zat al uren in spanning te wachten.

Woordherkomst
Afgeleid van gerust met het voorvoegsel on-.

Antoniemen
gerust