Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 04-12-2017

ongeluk

betekenis & definitie

ongeluk - Zelfstandignaamwoord
1. een onvoorziene gebeurtenis met negatieve en soms zelfs fatale gevolgen
Het ongeluk op dit kruispunt eiste drie doden.
2. onaangename toestand
Hij is voor het ongeluk geboren.|Hij heeft altijd pech.
3. zonder dat het de bedoeling was; onopzettelijk
Per ongeluk een glas laten vallen.

Woordherkomst
Afgeleid van geluk met het voorvoegsel on-

Uitdrukkingen en gezegden
♦ [1] Een ernstig ongeluk.
Een groot ongeluk.
♦ [1] Een ongeluk hebben.
Een persoon is aangereden, maar leeft nog.
♦ [3] Per ongeluk.
Niet bewust gewild.
♦ [2] ongeluk in het spel, geluk in de liefde
wie pech heeft in iets onbelangrijks kan geluk hebben bij iets belangrijkers
♦ [2] je een ongeluk werken, fietsen, sporten, graven enz. enz.
iets zo heftig doen dat het niet meer leuk is

Synoniemen
[1] ongeval, ramp
[2] pech, tegenspoed, tegenslag, onheil, jammer

Antoniemen
[1] geluk, fortuin
[2] welstand, voorspoed

Bronvermelding