mast betekenis & definitie

mast - Zelfstandignaamwoord
1. (scheepvaart) lange, rechtop staande paal midden op het schip waaraan vlaggen, zeilen en/of ra|ra's bevestigd kunnen worden
2. palen waartussen (elektriciteits- of telefoon-)draden gespannen kunnen worden
3. lange paal voor vlaggen - vlaggenmast
4. hoge antenne
5. varkensvoer, bestaande uit eikels en beukennoten

mast - Werkwoord
1. enkelvoud tegenwoordige tijd van masten
2. gebiedenwijs van masten

Verwante begrippen
ra, giek, gaffel