macht betekenis & definitie

macht - Zelfstandignaamwoord
1. het vermogen zijn wil op te leggen
De macht van de grote banken is in het Amerikaanse Congres goed te voelen.
2. een staat die zijn macht doet gevoelen
Van een wonderbaarlijk wereldrijkje zijn we vervallen tot een economisch machtje zonder inspraak in de wereldpolitiek.
3. met man en ~: met inzetting van alle beschikbare middelen
De stad werd met man en macht verdedigd.

Woordherkomst
[1,2]: Naamwoord van handeling van mogen.
[3]: verbastering van maag, verwijzend naar maagschap: met alle (leen)mannen en hun aanverwanten.

Antoniemen
onmacht

Verwante begrippen
heerschappij, mogendheid, vermogen

Laatst bijgewerkt 04-12-2017